Uit het diepst van mijn hart wil ik zingen, HEER, van alles wat u hebt gedaan, Want mijn vijand, wit van schrik, Struikelde, smolt voor uw blik, HEER, want u bent opgestaan, Deed de rechterstoga aan En zo heeft u aan mij recht gedaan. U hebt volgen gedreigd, en de slechten Doen vergaan. Wie kent nu nog hun naam? U bezegelde hun lot, Al hun steden zijn kapot. En de HEER zet op zijn troon, Op zijn rechterstoel de toon Voor een wereld waar het recht weer woont. Zie je wel: God is een vluchtplaats voor verdrukten. Zie je wel: hij is vertrouwen waard. Hij is een God die wie hem zoeken nooit verlaat. Zing een psalm: voor Sions God en voor zijn daden. Roep het rond: hij wreekt vergoten bloed. Hij luistert echt, zelfs naar de kleinste stem die roept. Wees genadig, o HEER, zie de zorgen Die ik heb door wat mijn vijand doet. Red mij voor de dood vandaan, Dan bejubel ik voortaan Hoe de goddeloze boet: In zijn strik zijn eigen voet. Zo bent u, u heeft mij recht gedaan. Alle mensen die God zijn vergeten, Zinken weg naar het land van de dood. Maar God kent zijn kleine knecht, Biedt de armen hoop op recht. Sta toch op, HEER, met venijn, Richt de slechten, maak ze klein, Laat ze zien dat ze maar mensen zijn. Zie je wel: God is een vluchtplaats voor verdrukten. Zie je wel: hij is vertrouwen waard. Hij is een God die wie hem zoeken nooit verlaat. Zing een psalm: voor Sions God en voor zijn daden. Roep het rond: hij wreekt vergoten bloed. Hij luistert echt, zelfs naar de kleinste stem die roept.